Vertwijfeld stond ik te kijken naar mijn nieuwe tweedehandse mountainbike. Het zadel iets te hoog de stang niet echt gemakkelijk, de remmen ..ja die doen het goed. De versnelling schiet echter niet altijd goed. Vechtend tegen de heuvels ben ik zo al een aantal malen bijna omgevallen, met starende Nepalezen als gevolg. Toch besluit ik de stoute schoenen aan te trekken en het verkeer van Kathmandu in te gaan. Het korte stukje op en neer naar mijn Nepalese les is toch wat anders dan tijdens de spits de hoofd-verkeersaders van Kathmandu te betreden.
Ik kijk nog eens naar het mondkapje dat ik dan toch maar heb gekocht. Geen overbodige luxe op de Nepalese wegen met ronkende bussen, scheurende motors en opwaaiend zand. Met een niet bepaald sierlijke zwaai van mijn been stap ik op m'n fiets. Ik kijk nog achterom naar de lelijke helm die ik erbij heb gekregen, maar besluit toch dat ik daar geen zin in heb in die hitte. Een mondkapje lijkt me al irritant genoeg. Alleen op m'n fietsje is het gelukkig het eerste stuk bijna alleen bergafwaarts, dat scheelt weer een bezweet T-shirt en rood hoofd. Modder spetters zijn echter niet te voorkomen helaas.
Nepal is gelukkig geen India. Af en toe staat er een koe te grazen, voor zover er wat te grazen valt, aan de kant van de weg. Maar dus bijna geen koeien op de weg, ook geen geiten en andere beesten. Wel honden, veel honden, die vooral 's nachts besluiten actief te worden en de hele buurt wakker te houden. Ook zie je in Nepal geen rikshaw, buiten Thamel, of 'auto' (gemotoriseerde rikshaw). Zigzaggende en luid toeterende mini-busjes zijn daarvoor in de plaats gekomen. Een schreeuwende jongeman laat de wachtenden aan de kant van de weg weten waar de bus heen zal gaan. Naast een aantal buslijnen met de 'gewone' bussen zie je vooral deze microbusses en ook driewielers. Deze laatste rijden op een elektrische batterij of bio-gas. Klinkt milieu bewust, maar daarnaast rijden dames op scooters, jongeren op crossmotoren, en velen op een scala aan andere motoren. Daarnaast heb je natuurlijk nog de auto, voornamelijk van Indiase makelij of uit de kluitengewassen Toyota's met voornamelijk (I)NGO nummerplaten.
Op het eerste gezicht lijkt het verkeer chaotisch, maar uiteindelijk valt het me best mee. Alle fietsende mannetjes haal ik overmoedig gewoon lekker allemaal in. Later staan we weer achter dezelfde bus in de stinkende rook, maar wat doet het er toe. Gewoon goed in de gaten houden waar je precies heen moet en waar je dus je fiets tussen moet proppen om af te slaan. En vooral ..'denk links...denk links!!' Meerdere malen kijk ik naar mijn horloge en de schamele stoeprand om te checken of de stoep nog aan mijn linker hand is. Tot mijn verbazing ben ik tot op heden nog niet de fout in gegaan. Maar het is dan ook zo druk dat dat zowat onmogelijk is. De drukte is ook fijn want dat betekent dat je inderdaad gewoon ergens tussen kan gaan fietsen, want men rijdt toch zo langzaam dat er vrij weinig kan gebeuren.
Oversteken is een andere zaak. Ik woon vlakbij ringroad in Sanepa, zegt jullie weinig, maar als ik terug fiets moet ik twee keer die verdomde weg oversteken waar bussen en vrachtwagens niet bepaald langzaam voorbij rijden. De weg is leeg, eindelijk, en ik waag een poging. Half doof door en irritante toeterende motor bestuurder die net doet of hij de hele weg nodig heeft. Irritatie alom, al met al gaat het goed en valt het me zo erg mee dat ik zelfs zou overwegen me gemotoriseerd op de weg te begeven.
Monsoon is overigens niet de beste tijd om je op de weg te begeven. Het kan zomaar ineens met bakken uit de lucht naar beneden komen. Dat gebeurde mij ook, op mijn fietsje. Prima met mijn regenpak, maar het regende zo ontzettend hard dat ik bijna niets meer zag. Aan de kant van de weg stonden motor bestuurders in groepjes op elkaar gepakt onder een schamele boom of onder de beschutting van een krap bushokje. Ik, koppig als ik ben, had geen zin om daar bij te gaan staan en aangestaard te worden. Dat had best tot leuke gesprekken kunnen leiden met de altijd nieuwsgierige Nepalezen, maar ik moest en zou door fietsen. Ik was eerder naar huis gegaan omdat ik me niet lekker voelde en natuurlijk valt het dan met bakken naar beneden. Hoe dichter ik bij Lalitpur kwam hoe meer de wegen getransformeerd werden tot kleine rivieren. Lalitpur ligt iets hoger dan Kathmandu (greater Kathmandu bestaat uit Lalitpur (Patan), Bhaktapur, en Kathmandu; wij wonen in Lalitpur). Door vijftien centimer hoog water fietsen en bergopwaarts viel me lichtelijk tegen. Daarbij dreef stinkend afval voorbij. Wel weer een nieuwe ervaring. Met modder besmeurd kwam ik thuis aan en thank god voor een warme douche!
Nepalese wegen daar valt veel over te schrijven. Het is bijna altijd druk en het verbaas me daarom niet dat de gaten in de wegen maar blijven bestaan. Fatsoenlijk asfalteren gaat niet lukken als het iedere dag vol staat, laat staan in de nacht met alle dronken bestuurders. Ideaal is anders. Overigens rond festival tijd, dan is de monsoon officieel afgelopen, worden de doorgaande wegen redelijk gerepareerd. Veel Nepalezen reizen dan van de ene uithoek naar de andere voor familiebezoek. Een fatsoenlijke overheid zou ook al schelen in de ontsluiting van het land door het aanleggen van en het goed onderhouden van wegen. Helaas hebben de meeste Nepalezen en ikzelf ook, niet het idee dat dit snel zal gebeuren. Daarover later meer..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten