woensdag 31 augustus 2011

Stille Straten


Gapend word ik wakker met felle zonnestralen op m'n been, maar met een stilte als nooit tevoren. Het schoolplein, dat zich meteen achter ons huis bevindt, is leeg en ik zou de schreeuwende kinderen bijna missen. Iedere ochtend verzorgen zij ons een schreeuwend goede morgen, althans in de vorm van het Nepalese alfabet of werkwoord-vervoegingen. Hierna worden wij verblijd met gebeden die beginnen onder luid kabaal van een a-ritmische trommelaar.

Maar deze ochtend is het stil en mijn gedachten zijn nog wazig. Ik denk 'het is vast zaterdag'. Zaterdag is de enige vrije dag in de Nepalese week en de overheidsschool achter ons huis is op die dag dus gesloten. Het is echter geen zaterdag, dus de stilte wijst erop dat de eerdere geruchten over een 'bandh' waar zijn. Een 'bandh' is een voor ons onbekend fenomeen. We kennen stakingen en protestmarsen maar 'bandh' is net een stapje of vier verder.

Lege straten op weg naar Kathmandu
 'Bandh' is de meest gevierde en tegelijkertijd gehate vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid in Nepal. Het is een staking aangekondigd door een bepaalde groep zoals onder andere politieke en etnische groepen. Dit betekent echter niet dat deze staking alleen voor die groepen geldt of dat er een bepaalde service wordt stopgezet. Hier wordt er verwacht dat alle omwonenden in een bepaalde buurt, stad of dorp passief deelnemen door thuis te blijven, geen gemotoriseerde voertuigen te rijden en hun zaak niet te openen. Ook het openbaar vervoer rijdt niet en overheidskantoren zijn gesloten. Veel Nepalezen respecteren deze vorm van protest, maar niet altijd volledig ongedwongen.

Op dit soort dagen zijn er protestmarsen die niet altijd even vreedzaam verlopen. Het niet respecteren van een staking kan vervelende gevolgen hebben voor persoon en bezit. Kleinere winkeltjes in de woonwijken zijn vaak wel open en ook privé kantoren werken door. Uiteraard hebben de werknemers wel moeite om op tijd op hun werk te arriveren. Het lijkt wel een soort berusting in het lot dat er weer een 'bandh' is. Zo van 'laten we er maar in mee gaan.' Ook vinden veel Nepalezen het niet bepaald vervelend om een extra vrije dag te hebben. Uiteraard zijn er altijd mensen die het eens zijn met de reden van de 'bandh', maar ik hoor vooral het tegendeel.

De meeste 'stakers' hebben een politieke of een andere reden om voor te protesteren, van rechten voor een etnische gemeenschap tot misdaden begaan tegen een enkele familie. Veel protesten hebben een grond in de oneerlijke representatie van verschillende religieuze, etnische en kaste groepen in Nepal. Ik ben nu in Nepal in misschien wel een van de meest kwetsbare periodes na 2006. In 2006 werd de vrede getekend met de Maoïstische rebellen die een guerrilla oorlog voerden tegen de overheid, en voornamelijk de monarchie. Drie jaar en drie maanden geleden werd er een committee gevormd van politieke partijen aan de hand van verkiezingen; the Constituent Assembly. Hun belangrijkste taak was en is nog steeds om een nieuwe grondwet te schrijven.

De partijen kunnen het maar niet eens worden over zaken als de integratie van het Maoïstische rebellen leger met het Nepalese leger of rehabilitatie van de strijders. Natuurlijk gaat het om de eeuwenoude machtsstrijd, wie wordt er minister president. Oftewel wie heeft het meeste macht in het land? Nepal heeft al veel verschillende PM's gezien in deze korte periode. Wederom is er een nieuwe verkozen en de termijn voor het schrijven van de grondwet is weer drie maanden verlengd, want helaas is de deadline precies vandaag verstreken. Veel protesten komen dus ook voort uit deze politieke situatie.

Brug naar Kathmandu
De flitsende beelden op de tv vertellen me echter niks over de 'bandh'. Ik besloot mijn lang-slaper eens wakker te maken. Het is toch frappant dat het compleet onduidelijk is of er een 'bandh' is of niet? Het gerucht had Suman een dag van tevoren gehoord. Het gerucht van een 'bandh' kan dus net zo goed een 'bandh' creëren dan dat het fenomeen daadwerkelijk van tevoren is aangekondigd. Toen ik dit Suman verontwaardigd vertelde, kwam hij met het meest gegeven antwoord 'This is Nepal.' Daarover een andere keer een uitgebreid relaas. Ook hij kon niets vinden op de lokale nieuwszenders met krakende achtergrond geluiden. Geen informatie over een 'bandh'. Naar buiten om een krant te kopen, maar op ring road aangekomen wordt het ons duidelijk...de normaal drukke weg met bulderende vrachtwagens en toeterende automobilisten en motorrijders, is nu compleet stil. Voetgangers slenteren in groepen midden op de weg. Schijnbaar was het vroeg in de ochtend nog niet duidelijk of het 'bandh' zou zijn, omdat de protestanten eerst nog moesten eten. Alsof ze dat daar toen hebben besloten. Toegegeven eten is ontzettend belangrijk in Nepal en volledige dagindelingen zijn daarom heen ingericht. Dus wellicht is het waar.

Gewapend met een camera op weg naar 'de brug'. Geen idee wat de naam is, maar de overgang van Lalitpur, waar ik woon, naar Kathmandu wordt gemarkeerd door een brug over de rivier. Alle betonnen wegverdelers lagen op hun kant en stromen mensen slenterden heuvel op en neer op weg naar weet niet waar. Politie agenten stonden in bosjes bij elkaar voor zich uit te staren en de voorbijgangers na te kijken. Af en toe werd er een opstootje uit elkaar gehouden, maar echte protestmarsen heb ik niet gezien. Aangekomen bij de brug bleek dat alleen Lalitpur was afgesloten en er nog wel verkeer in Kathmandu was alhoewel minder dan normaal. Blijkbaar kan je dus de stad ook gedeeltelijk plat leggen. De verlenging van de grondwet termijn brengt wellicht nog meer dit soort verhalen, al twijfel ik ontzettend aan het nut van 'bandhs' wanneer deze te pas en te onpas worden uitgevoerd.

zaterdag 20 augustus 2011

Verkeersgekte


Vertwijfeld stond ik te kijken naar mijn nieuwe tweedehandse mountainbike. Het zadel iets te hoog de stang niet echt gemakkelijk, de remmen ..ja die doen het goed. De versnelling schiet echter niet altijd goed. Vechtend tegen de heuvels ben ik zo al een aantal malen bijna omgevallen, met starende Nepalezen als gevolg. Toch besluit ik de stoute schoenen aan te trekken en het verkeer van Kathmandu in te gaan. Het korte stukje op en neer naar mijn Nepalese les is toch wat anders dan tijdens de spits de hoofd-verkeersaders van Kathmandu te betreden.

Ik kijk nog eens naar het mondkapje dat ik dan toch maar heb gekocht. Geen overbodige luxe op de Nepalese wegen met ronkende bussen, scheurende motors en opwaaiend zand. Met een niet bepaald sierlijke zwaai van mijn been stap ik op m'n fiets. Ik kijk nog achterom naar de lelijke helm die ik erbij heb gekregen, maar besluit toch dat ik daar geen zin in heb in die hitte. Een mondkapje lijkt me al irritant genoeg. Alleen op m'n fietsje is het gelukkig het eerste stuk bijna alleen bergafwaarts, dat scheelt weer een bezweet T-shirt en rood hoofd. Modder spetters zijn echter niet te voorkomen helaas.

Nepal is gelukkig geen India. Af en toe staat er een koe te grazen, voor zover er wat te grazen valt, aan de kant van de weg. Maar dus bijna geen koeien op de weg, ook geen geiten en andere beesten. Wel honden, veel honden, die vooral 's nachts besluiten actief te worden en de hele buurt wakker te houden. Ook zie je in Nepal geen rikshaw, buiten Thamel, of 'auto' (gemotoriseerde rikshaw). Zigzaggende en luid toeterende mini-busjes zijn daarvoor in de plaats gekomen. Een schreeuwende jongeman laat de wachtenden aan de kant van de weg weten waar de bus heen zal gaan. Naast een aantal buslijnen met de 'gewone' bussen zie je vooral deze microbusses en ook driewielers. Deze laatste rijden op een elektrische batterij of bio-gas. Klinkt milieu bewust, maar daarnaast rijden dames op scooters, jongeren op crossmotoren, en velen op een scala aan andere motoren. Daarnaast heb je natuurlijk nog de auto, voornamelijk van Indiase makelij of uit de kluitengewassen Toyota's met voornamelijk (I)NGO nummerplaten.

Op het eerste gezicht lijkt het verkeer chaotisch, maar uiteindelijk valt het me best mee. Alle fietsende mannetjes haal ik overmoedig gewoon lekker allemaal in. Later staan we weer achter dezelfde bus in de stinkende rook, maar wat doet het er toe. Gewoon goed in de gaten houden waar je precies heen moet en waar je dus je fiets tussen moet proppen om af te slaan. En vooral ..'denk links...denk links!!' Meerdere malen kijk ik naar mijn horloge en de schamele stoeprand om te checken of de stoep nog aan mijn linker hand is. Tot mijn verbazing ben ik tot op heden nog niet de fout in gegaan. Maar het is dan ook zo druk dat dat zowat onmogelijk is. De drukte is ook fijn want dat betekent dat je inderdaad gewoon ergens tussen kan gaan fietsen, want men rijdt toch zo langzaam dat er vrij weinig kan gebeuren.

Oversteken is een andere zaak. Ik woon vlakbij ringroad in Sanepa, zegt jullie weinig, maar als ik terug fiets moet ik twee keer die verdomde weg oversteken waar bussen en vrachtwagens niet bepaald langzaam voorbij rijden. De weg is leeg, eindelijk, en ik waag een poging. Half doof door en irritante toeterende motor bestuurder die net doet of hij de hele weg nodig heeft. Irritatie alom, al met al gaat het goed en valt het me zo erg mee dat ik zelfs zou overwegen me gemotoriseerd op de weg te begeven.

Monsoon is overigens niet de beste tijd om je op de weg te begeven. Het kan zomaar ineens met bakken uit de lucht naar beneden komen. Dat gebeurde mij ook, op mijn fietsje. Prima met mijn regenpak, maar het regende zo ontzettend hard dat ik bijna niets meer zag. Aan de kant van de weg stonden motor bestuurders in groepjes op elkaar gepakt onder een schamele boom of onder de beschutting van een krap bushokje. Ik, koppig als ik ben, had geen zin om daar bij te gaan staan en aangestaard te worden. Dat had best tot leuke gesprekken kunnen leiden met de altijd nieuwsgierige Nepalezen, maar ik moest en zou door fietsen. Ik was eerder naar huis gegaan omdat ik me niet lekker voelde en natuurlijk valt het dan met bakken naar beneden. Hoe dichter ik bij Lalitpur kwam hoe meer de wegen getransformeerd werden tot kleine rivieren. Lalitpur ligt iets hoger dan Kathmandu (greater Kathmandu bestaat uit Lalitpur (Patan), Bhaktapur, en Kathmandu; wij wonen in Lalitpur). Door vijftien centimer hoog water fietsen en bergopwaarts viel me lichtelijk tegen. Daarbij dreef stinkend afval voorbij. Wel weer een nieuwe ervaring. Met modder besmeurd kwam ik thuis aan en thank god voor een warme douche!

Nepalese wegen daar valt veel over te schrijven. Het is bijna altijd druk en het verbaas me daarom niet dat de gaten in de wegen maar blijven bestaan. Fatsoenlijk asfalteren gaat niet lukken als het iedere dag vol staat, laat staan in de nacht met alle dronken bestuurders. Ideaal is anders. Overigens rond festival tijd, dan is de monsoon officieel afgelopen, worden de doorgaande wegen redelijk gerepareerd. Veel Nepalezen reizen dan van de ene uithoek naar de andere voor familiebezoek. Een fatsoenlijke overheid zou ook al schelen in de ontsluiting van het land door het aanleggen van en het goed onderhouden van wegen. Helaas hebben de meeste Nepalezen en ikzelf ook, niet het idee dat dit snel zal gebeuren. Daarover later meer..

zondag 31 juli 2011

Nepalees Entertainment


Vorige week was ik jarig. Zoals velen van jullie weten ben ik niet zo gesteld op verjaardagen. Best prima om een feestje te vieren, maar die dag zelf..niet mijn ding. Suman had een dagje 'just for the two of us' gepland. We hadden het plan opgevat om naar de film te gaan, in een nieuw, maar groezelig uitziend shopping centre. Ongelooflijk hoe ongelukkig dat winkelcentrum gebouwd was. Kleine donkere steegjes aan weerszijde, gespiegelde ruiten met donker rode raamlijsten en een te krappe ondergrondse parkeergarage. Deed me wel weer denken aan Maleisië waar ze de auto's ook zo parkeren dat de ene de andere blokkeert, wat overigens geen probleem is aangezien iedereen zn auto in de vrije versnelling zonder handrem wegzet. Het groezelige parkeerwachtertje kan op die manier met hulp van omstanders de 'auto blokkade' verwijderen door de auto een flinke zet te geven. Dat gaat bijna altijd wonderbaarlijk goed.

Op onze 'just the two of us' dag, hadden vele andere Nepalezen ook het idee gehad om naar hetzelfde winkelcentrum te gaan. Het was dus druk. Zaterdag is de enige dag waarop de meeste Nepalezen vrij zijn. In plaats van twee dagen vrij, hebben ze een dag per week vrij. Met als gevolg dat velen er massaal op uit trekken. Papa, mama, kids, oma, opa, neef, nicht, vrienden met vrienden van vrienden... Een gezellig boel met veel Nepalezen in de wandelpaden en weinig in de winkels. De opzet van het winkelcentrum had dus toch nut, want wellicht had de architect al lang begrepen dat een winkelcentrum niet alleen een 'winkel' functie heeft maar ook als gemeenschappelijke ruimte fungeert.

Groepjes meiden en jongens hangen tegen de balustrades en kijken naar de voorbijgangers. Ik heb zelf ook eens geobserveerd, met een koffie in mijn hand, wat al die mensen toch komen doen in dit winkelcentrum zonder de winkels binnen te gaan. De activiteiten bestaan vooral uit trailers kijken bij de bioscoop, gebruik maken van gratis wifi, voorbijgangers bekijken, vrienden ontmoeten en anderen komen alleen om de roltrappen te ervaren. Sommigen staan onwennig te wiebelen bij het opstappen, maar bereiken toch de bovenste verdieping om wederom onwennig naar beneden te gaan. Moeders met schoppende kinderen onder de arm, vol angst voor die bewegende trap. Ik was vroeger ook bang mijn tenen te verliezen, maar na veel ervaring te hebben opgedaan durf ik zelfverzekerd de roltrap op te gaan.

De film zou dan toch eindelijk beginnen en in de krappe vijftien minuten waarin alle bezoekers werden toegelaten, zochten we ons plaatsje. Ik vond het verbazingwekkend dat er niemand op ons plek was gaan zitten. Niet dat we een van de beste plekken hadden, maar dit was mijn veel voorkomende ervaring in India. Verstekelingen, door de bevriende bewaker binnen gelaten, die uitgebreid bellend op mijn plaats zaten. Niet in Kathmandu, fijn. Regels..daar houd ik van ;). Harry Potter 3D. De popcorn smaakte zoals thuis en de nacho's waren van herkenbare slechte bioscoop kwaliteit. Ik heb me vermaakt en waande me weer in Nederland. Ik was even, voor zo'n drie seconden, lichtelijk teleurgesteld toen het licht aanging en ik mijn Nepalese buren aankeek.

Het is duidelijk, in Kathmandu gaat men ook op zoek naar entertainment, al dan niet massaal op dezelfde plek. Ik heb afgelopen vrijdagavond doorgebracht springend op de schreeuwerige muziek van een Nepalese punk/ska band. Ondanks het onverstaanbare gezang was ik blij met het overweldigende geluid van de band en het dansen en springen van buitenlander en Nepalees. De kwaliteit deed er niet toe, het ging om de sfeer en die was super. Ik heb ondervonden dat er een groot expat/buitenlander-in-Kathmandu netwerk is, compleet met zaterdagse wandel/hardloop groep (eigenlijk moet je hardlopen..kan niet zeggen dat me dat goed doet met al die smog) en borrels organiserende internet community. Ik heb dus ontdekt dat ik me prima kan vermaken en dat onderdeel zijn van twee werelden ook interessant kan zijn.

Na het springen met de expats op punk/ska ging ik met lichtelijk dove Suman, punk is niet zijn ding, zijn vrienden opzoeken. Zij hadden net besloten naar 'the attic' te gaan. Daar hadden ze schijnbaar de afgelopen twee uur over beraadslaagd dus daar was niets tegenin te brengen. De zolder was echt fantastisch. Met lounge banken en een podium waar een band covers, van voornamelijk Bob Marley, speelde. Het werd minder toen men karaoke begon te zingen, al was het wel grappig. Leuke sfeer dus en mensen wederom dansend en springend. Ik voelde me dus helemaal thuis. Helaas sloot de bar om twaalf uur, conform de regels in Kathmandu. Heel netjes allemaal..maar wel goed aangezien je daadwerkelijk opgepakt kan worden na die tijd, inclusief bar personeel. Laten we zeggen, dat is Suman en zijn vrienden meerdere keren overkomen en dat hoeft niet per se herhaald te worden wat mij betreft.

Probleem is dat je nergens wat kunt eten. Want wat doe je na een avond drinken en springen? Inderdaad dan moet er wat gegeten worden. Suman had me hier al eerder over verteld en toen had ik hem hard uitgelachen. Hier komt het, de enige manier om eten te krijgen is om naar een van de ziekenhuizen te gaan. We reden samen met twee andere vrienden het parkeerterrein op wat gek genoeg niet uitgestorven was. In tegendeel, het was er een drukte vanjewelste. Het enige etenstentje in de nabije omgeving bevindt zich op het ziekenhuisterrein. Aangeschoten en zwabberende Nepalezen kopen daar hun momo's en broodjes.

Toilet. Jup ik moest naar het toilet...daarvoor gaan we het ziekenhuis binnen. Een doordringende ziekenhuislucht van ontsmettingsalcohol hing er in de lucht. Dit stelde me een soort van gerust, in ieder geval wordt er iets ontsmet. Verder was het vrij ranzig, niet iets wat je bij ons tegenkomt of wat ik Dharmaj (India) heb gezien. Echt een overheidsziekenhuis. We volgden twee dames op hoge hakken door de gangen, schijnbaar ook op zoek naar het toilet. Hier en daar lagen mensen op de grond en op de banken te slapen. Het gaf me een vreemd gevoel om te realiseren dat al die partygangers hier kwamen eten en dat zij zich hier om hun zieke geliefden bekommerden. Een van de vele illustraties van de tegenstellingen die je hier tegenkomt. De meest dure auto's en meest schaars geklede dames, en mensen slapend op de grond in een smerig overheidsziekenhuis in onzekerheid over de gezondheid van hun geliefden. Het toilet was redelijk schoon, lees bijna niets gezien want er was geen licht, maar er was geen water. In de wandelgangen was water maar geen zeep. Een ziekenhuis zonder zeep. Vrij tragisch. Aan de andere kant een ziekenhuis is beter dan geen ziekenhuis, tenminste daar ga ik vanuit.

vrijdag 8 juli 2011

Van Amsterdam naar Kathmandu; Het bekende onbekende

Het is alweer anderhalve week geleden dat ik hier in Nepal aan ben gekomen. Er zijn de afgelopen tijd zoveel indrukken op me afgekomen dat ik door de bomen het bos niet meer zag..ook geen bergen trouwens want het is hier consistent grijzig bewolkt met zware regenbuien. Daardoor vraag ik me soms af waarom ik precies hierheen gekomen ben. Natuurlijk weet ik dat wel en met Suman en mij gaat het ook goed, maar die bergen..die zouden toch wel een beetje helpen ;)

Mijn reis is redelijk goed verlopen, al in London waande ik me in India. Aangekomen bij de transfer bus naar mijn terminal, stapte ik en vijf 'Indiers' in. Aanhalingstekens, want de meesten van hen spraken te perfect Brits om niet in de UK geboren te zijn. Naast mij nam een oudere dame in sari en een jongere man in korte broek en polo plaats. 'Puur en alleen omdat ik een buschauffeur ben, wil niet zeggen dat ik minder ben dan zij is! Daar word ik zo boos van!' De oudere dame suste de jongeman in Hindi en zei in het Engels dat het geen zin had om boos te zijn. Het was onmogelijk om dit gesprek niet af te luisteren, het was zo herkenbaar en deed me meteen denken aan de nieuwe en ingewikkelde familierelaties die ik tegemoet zou gaan. Onder het genot (eerder gejammer) van een Bollywood nummer kwamen we aan in de juiste terminal waar de Sikh buschauffeur ons liet uitstappen.

Ik moet zeggen dat het wachten snel voorbij ging in London. Voordat ik het wist zat ik in het vliegtuig naar Delhi. Jammer genoeg weinig geslapen door de weeïge kotsgeur die het hele vliegtuig vulde. In Delhi aangekomen zag ik dat de hele international terminal vernieuwd was sinds ik er voor het laatst geweest was. Direct drong het tot me door dat ik in India was door de bedompte warme lucht en de achtkoppige crew waarvan twee aan het werk waren, vier aan het praten, en de andere twee de uitstappende passagiers aanstaarden. De grijzige bus stond te ronken om ons naar de nieuwe terminal te vervoeren. Na de hoge treden te zijn opgeklommen, sloeg de airco ons in het gezicht. Dit ondanks de half vergane stoelen en de rammelende motor van de bus. Vermoeid keken de passagiers elkaar aan. Na een ritje van twee minuten waren we aangekomen en trapte een formeel geklede passagier met tulband de deur van de bus open. De terminal zag er niet alleen van buiten, maar ook van binnen fantastisch uit.

Wederom eerder stond er een rij, laten we maar zeggen inefficiënt, personeel. 'Wat voor ticket is dit?', vroeg de bewapende soldaat die de security check bewaakte. 'Ik heb nog nooit zo'n instapkaart gezien. U moet terug naar de transfer desk.' Ik sjokte terug en besloot te accepteren dat het van nu af aan lang zou duren. Gelukkig was mijn vliegtuig op tijd en had ik nog ruim twee uur de tijd. Dezelfde discussie volgde aan de desk. Na een krabbeltje terug naar de soldaat, goedgekeurd. Door naar de douane, weer dezelfde discussie. Na heen en weer geschreeuw richting de desk medewerkers, mocht ik door. Na het fouilleren moest het ticketnummer opgetekend worden. En weer dezelfde discussie, weer heen en weer geschreeuw en in mijn andere oor hoorde ik de vrouwelijke douanebeambte dezelfde discussie voeren met een Franse toerist. Lichtelijk geïrriteerd maar ook met een gevoel van nostalgie en herkenning, ging ik op zoek naar een toilet. Nogmaals veel beter dan in de oude terminal, maar precies zoals dat hier in Nepal ook het geval is; alles half afgewerkt. Prachtige toiletten met zelfs zo'n eco-knop, die er natuurlijk afvalt wanneer je er op drukt. Waardoor je alsnog de wc handmatig met een emmertje doorspoelt. Meteen voelde ik me weer thuis toen het water over mijn voeten kletste.

Mijn tijd bracht ik door kijkend naar het krioelende personeel met ieder een eigen taak. Zeer mooi omschreven achterop hun polo's; 'pest control' oftewel een gast met een elektrische vliegenmepper, 'the green team' rijdend met een kar vol gieters. Ik vond het vermakelijk, maar als je erover nadenkt helemaal niet slecht geregeld. Eindelijk mocht ik dan boarden op mijn vlucht naar Kathmandu. Een uur van tevoren zat ik al zenuwachtig te wiebelen en smsjes te versturen naar Suman. De korte vlucht werd langer door een uur vertraging in Delhi. Taxiënd van de ene naar de andere rijbaan in Delhi zuchtte mijn Nepalese buurman nog eens diep. Ik grapte dat ze ons vast naar Kathmandu zouden rijden in plaats van vliegen. Bijna leek het zo te zijn, maar na zeker veertig minuten rijdend te hebben doorgebracht, bleek het vliegtuig ook daadwerkelijk te kunnen vliegen. Ik zat mooi links bij het raam, hopend later een glimp op te vangen van het Himalaya gebergte. Tijdens de vlucht besprak ik met mijn buurman de schrijnende politieke situatie in Nepal. Maar daar ga ik jullie later een keer mee vervelen. Eigenlijk was ik super zenuwachtig dus ik was blij met de aanspraak. Wachtend op het zien van het Himalayan gebergte verstreek de rest van de vliegtijd. Het gebergte kwam niet, want het was te bewolkt.

Bij aankomst in Kathmandu was ik zo door de immigratie controle en keken de beambten niet eens op hun monitor bij de handbagage check. Meteen werd er gevraagd met welke airline ik gevlogen had, 'Kingfisher'..en netjes werd ik naar de goede band gebracht. Toen die begon te draaien, haalde mede-passagier na mede-passagier hun koffer van de band. Ik bleef alleen achter, geen koffer. Ironisch, want twee dagen voordat ik aankwam vloog Suman en ook zijn koffers waren 'kwijt'. Oftewel vergeten in Moskou. Die van mij was achtergebleven in Delhi door een storing in het elektronische bagage systeem. Daardoor moest alles als vanouds met de hand worden gedaan, waarvoor minstens drie uur overstap tijd nodig is. Ik liep naar buiten zonder koffer, beetje verward door het geroep van 'Taxi, madam?' van alle kanten. En het eerste wat Suman zei; 'Waar is je koffer!' Daar sta je in de druilerige regen, het grijze Kathmandu, herenigd met je geliefde. 'Sorry,' zei hij meteen, dus zo erg was het niet ;). De volgende dag zijn we, ondanks de schaarste van benzine in de Kathmandu vallei, weer naar het vliegveld gereden om dit keer mijn koffer op te halen.

Mensen later meer! Over ons appartementje en Nepali leren enz. Zoveel te vertellen!